Soms begint een historisch verhaal met een klein detail.

Op onze oude begraafplaats ligt in graf B78 het echtpaar Willem Bulterman en Remmetje Kloker. Tijdens onderzoek naar de herkomst van de grafsteen viel ons oog op een klein opschrift onderaan de zerk: A. Beets. Was A. Beets misschien de steenhouwer die deze grafsteen had gemaakt?

Dat bleek niet het geval. In het begraafboek staat dat  Antje Beets, geboren op 15 januari 1842 in graf B78 is begraven. – Maar waarom?-

Een meisje van zestien

Omstreeks 1 november 1858 kwam de jonge Antje Beets bij Willem en Remmetje in betrekking. Antje was toen ongeveer zestien jaar oud. Zij begon waarschijnlijk als dienstbode, maar haar plaats binnen het huishouden lijkt in de loop van de jaren te zijn veranderd.

In september 1882, bij het 25-jarig huwelijk van Willem en Remmetje, plaatste Antje een advertentie. Zij wilde hun huwelijksjubileum niet alleen herdenken, maar ook haar „dankbare hulde” aan hen betuigen. Ze schreef dat zij inmiddels 24 jaar bij hen had doorgebracht, „met tevredenheid en zelfvoldoening”.

Een jaar later, in 1883, waren de rollen omgekeerd. Willem en Remmetje maakten in de krant bekend dat hun „huisgenoote Antje Beets” 25 jaar bij hen in dienst was. Zij schreven dat Antje haar betrekking al die jaren eervol en tot hun grote tevredenheid had vervuld.

Dat woord huisgenoote is opvallend. Antje was in 1858 als jong dienstbode binnengekomen, maar was in de loop van een kwart eeuw een vast en vertrouwd lid van het huishouden geworden.

Remmetje Kloker overleed op 22 juni 1887. Willem verloor daarmee zijn echtgenote, met wie hij bijna dertig jaar getrouwd was geweest.  Na het overlijden van Remmetje bleef Antje bij Willem in dienst.. Dat zij ook na het overlijden van Remmetje bij Willem in huis woonde, lijkt aannemelijk. In 1893, bij haar 35-jarig dienstjubileum, noemt Willem haar opnieuw zijn „huisgenoote”.

Er is geen bewijs dat Willem en Antje na Remmetjes overlijden zijn getrouwd. De bronnen blijven Antje Beets als huisgenoote en dienstbode noemen.

Willem is Antje niet vergeten

Willem Bulterman was een vermogend man. Uit advertenties en kadastrale gegevens blijkt dat hij meerdere huizen en andere panden in Purmerend had. Hij bezat onder andere woonhuizen in de Willem Eggertstraat en aan de Nieuwstraat. Het ging niet om één woning, maar om een aanzienlijk bezit. Sommige panden waren bovendien verdeeld in meerdere woningen, dit leverden ook huurinkomsten op.

Willem overleed op 13 januari 1895 in Purmerend, 68 jaar oud. Uit advertenties over zijn nalatenschap blijkt dat hij Antje niet was vergeten.Hij had verschillende bedragen aan kerkelijke en maatschappelijke doelen had bestemd. Deze waren, zoals in de advertentie wordt vermeld, onder bezwaar van vruchtgebruik door zijn erfgename Antje Beets. Antje was daarmee niet zomaar de voormalige dienstbode, maar bovendien zijne erfgename.

Hoe groot haar volledige erfdeel was, weten we nog niet. Daarvoor moeten het testament, de memorie van successie en de boedelscheiding worden onderzocht. Mogelijk ontving zij naast het vruchtgebruik  ook geld, huisraad of een aandeel in de verkoopopbrengst van Willems onroerende goederen.

Maar waarom ligt Antje in B78 begraven?

Antje heeft niet lang van haar nieuwe positie kunnen genieten. Op 2 augustus 1896, slechts anderhalf jaar later, overleed zij op 54-jarige leeftijd.

Was zij na 35 jaar nog steeds alleen hun dienstbode? Of was zij in de loop van die jaren veel meer geworden: huisgenote, vertrouwelinge, vriendin, misschien wel familie zonder dat er een bloedband bestond?

Een verhouding tussen Willem en Antje valt niet uit te sluiten, maar daarvoor hebben we geen bewijs gevonden. Het zou daarom niet juist zijn om daar een conclusie aan te verbinden.

De bronnen vertellen ons wél iets anders.

Ze vertellen over een uitzonderlijk langdurige band. Over een jonge vrouw die ruim 35 jaar bij hetzelfde echtpaar bleef. Over wederzijdse waardering die zelfs in krantenadvertenties werd uitgesproken. En uiteindelijk over een werkgever die haar tot erfgename maakte.

En toen kwam zij terecht op de plaats waar ons verhaal begon:

Waarom?

Was het de wens van Willem? Van Antje? Was het in de nalatenschap geregeld? Of was de band na 35 jaar zo hecht geworden dat zij als familie werd beschouwd? Dat weten we (nog) niet. Misschien vinden we het antwoord ooit in een testament, notariële akte of begraafregister.

Maar misschien vertelt graf B78 ons al genoeg.

Van dienstbode naar huisgenote. Van huisgenote naar erfgename. En uiteindelijk: samen in één graf.

Bronnen: begraafboek, advertenties (nieuwe) Purmerendse courant, waterlandsarchief

______________________________________________________________________________________________

Wat betekende eigenlijk om dienstbode te zijn in die tijd?

Isaac Israels Dienstmeisjes

Een negentiende-eeuwse dienstbode had een heel andere positie dan een werknemer tegenwoordig.

Rond 1850 was dienstmeid een veelvoorkomend beroep voor jonge, ongehuwde vrouwen. Veel meisjes kwamen uit arme arbeiders- of boerengezinnen en gingen al vanaf ongeveer hun twaalfde jaar ‘in betrekking’. Voor het ouderlijk gezin betekende dit een mond minder om te voeden. De meisjes ontvingen slechts een klein loon, maar kregen bij hun werkgever kost en inwoning.

In welgestelde huishoudens droeg een dienstmeisje dikwijls een donkere jurk met een wit schort en soms een wit mutsje of kapje. In eenvoudigere huishoudens was zo’n uniform echter lang niet altijd gebruikelijk De dienstmeid woonde meestal bij haar werkgever en stond daardoor vrijwel voortdurend ter beschikking van het gezin. Het werk was zwaar en de dagen waren lang.

Een inwonende dienstbode schrobde de vloeren en de stoep, klopte de kleden, poetste schoenen en koperwerk, maakte de kachels schoon en schepte kolen. Ook deed zij de was, die eerst in een kuip werd geweekt en daarna met de hand werd gewassen. Daarnaast kookte zij, deed boodschappen, maakte de bedden op.

Haar plaats binnen het huishouden was ondergeschikt. Zij moest gehoorzamen en precies uitvoeren wat haar werd opgedragen. Of zij goed werd behandeld, hing sterk af van haar ‘mevrouw’ en de overige gezinsleden. Sommige meisjes werden redelijk verzorgd, maar anderen kregen te maken met vernedering, uitbuiting of ongewenste toenadering. Vooral jonge inwonende dienstmeisjes bevonden zich daardoor in een kwetsbare positie.

De waslijn vertelt een verhaal

Om een beeld te krijgen van het werk van Antje, heeft ze hier de was even opgehangen.

Vooral de was, was een enorme klus. Er waren geen wasmachines en warm water kwam niet zomaar uit de kraan. Water moest worden gehaald uit de pomp en verwarmd en kleding en linnengoed werden met de hand gewassen, gespoeld, gedroogd en gestreken.

De kleding aan deze waslijn is een indruk van het linnengoed en de onderkleding waarmee een dienstbode als Antje te maken kreeg:

De borstrok

Een borstrok was een hemdachtig kledingstuk dat dicht op het lichaam werd gedragen. Er waren verschillende uitvoeringen en materialen. In de negentiende eeuw werd gebreid ondergoed veel toegepast; borstrokken en onderlijfjes konden bijvoorbeeld van wol of katoen worden gemaakt.

De onderbroek

De onderbroek van de vrouw werd in de loop van de negentiende eeuw steeds algemener. Aanvankelijk was deze eenvoudig uitgevoerd in linnen of katoen en had zij lange, weinig versierde pijpen. Later werd ondergoed steeds sierlijker.

De nachtjapon

De nachtjapon hoorde bij de nachtkleding en moest, net als het overige linnengoed, regelmatig worden gewassen en verzorgd.